Ons Amstelland
trefpunt voor boeren, burgers en buitenlui
ruimte---bart-de-rijk-rust-.jpg natuur-en-landschap---wout-.jpg natuur-en-landschap---giane.jpg Banpaal-.jpg De-Vrije-Handel.jpg BKP-met-Nes-3.jpg mensen---jan-demming-groen-.jpg
Logo

Middelpolder

Opgelet: wordt in een nieuw venster geopend. | Afdrukken |

Natuur- en recreatiegebied Middelpolder wordt beheerd door Landschap Noord-Holland en door Groengebied Amstelland. Het landschap is hier open en toch knus, alsof er sinds de Gouden Eeuw niets veranderd is. Over de polder kijk je zo tegen het bosje van Wester Amstel aan. Nog verder doemt de hoogbouw van Amsterdam-Zuidoost op.
In het gebied van Nieuwer-Amstel werd de natuurlijke afwatering steeds moeilijker. Rond 1630 werd besloten tot het oprichten van nieuwe polders, waaronder de Middelpolder, gelegen tussen de Bovenkerkerpolder en de Binnendijkse Buitenveldertse polder. De naam Middelpolder kan afgeleid zijn van de ligging: middelste van de drie polders, of van een vroegere wijk Middeldorp. De aanleg van een polder betekende het bouwen van molens, het aanleggen van sluizen en kaden en het graven van weteringen.

In de Middelpolder werden rond 1640 twee molens gebouwd. Een bij de buitenplaats Tulpenburg, bij de banpaal aan de Amsteldijk. De tweede molen werd aan het eind van het huidige Bankraspad gebouwd. Het waren 8-kantige molens die tezamen een oppervlakte van 1024 ha moesten bemalen. Binnen de Middelpolder lag een meertje dat vroeger het Banckenmeer werd genoemd. Later werd dit Bankrasmeer en weer later Pancrasmeer. Een ander meertje binnen de begrenzing van de Middelpolder is de Braak, bij de Amsterdamse weg in de noordwesthoek. Op deze plaats is heden het heempark de Braak te vinden.
De grond van de Middelpolder was veelal eigendom van Amsterdamse instellingen en burgers. Zij bouwden prachtige buitenplaatsen, die veel landgoed hadden. Tevens waren er veel boerenbedrijven voor veehouderij. De venige ondergrond van de polder, droeg bij aan goed grasland. Het was een goede bron van inkomsten omdat er vanuit Amsterdam een constante vraag naar zuivelproducten was.
In Amstelveen bleek het zeer rendabel om cultuurgrond om te zetten in turf. Er werden eind 1700, begin 1800, diverse aanvragen gedaan om toestemming te krijgen om tot vervening over te gaan. De reden dat dit in eerste instantie langdurig werd tegengehouden, was dat na verveners activiteiten er een laagveengebied overbleef met onrendabele waterplassen. In 1841 werd wederom een verzoek bij de Koning gedaan. Eindelijk, bij Koninklijk Besluit van 2 februari 1843, werd gunstig beschikt op het verzoek van de verveners. Reageerde van Dam van Isselt tien jaar daarvoor nog negatief, deze keer bepleitte hij dat vervening mocht worden uitgevoerd. Afgesproken was dat de vervening uitgevoerd zou worden over een termijn van 40 jaar. Daarna moest tot droogmaking van de polder worden overgegaan.
De vervening verliep voorspoedig en er kon al eerder dan voorzien, overgegaan worden tot droogmaking. Dit gebeurde met stoombemaling. Aan de Middelpolder werd een gemaal gebouwd en in 1879 in werking gesteld. De machine kreeg een vermogen van 50 m³ per minuut. Na een jaar lag de veenderij droog.

Het poldertje is een stiltegebied dat erg in trek is bij weidevogels. Een deel van de Middelpolder is een aantal jaren geleden opnieuw ingericht. Bij de uitvoering hiervan zijn nieuwe fiets-, wandel- en ruiterpaden aangelegd en in de graslanden zijn natuurvriendelijke oevers, plasjes en poeltjes gegraven. Op de oevers van de nieuw gegraven poelen broeden soms kluut en plevier.