Duivendrechtse polder
| Afdrukken |
Een aardige polder, ingeklemd tussen Amstel, de N522, de A10 en de A2; als je aan de stille kant van de Amstel fietst zie je op de hoogte van de Riekermolen een pad de Duivendrechtse polder in gaan. Als de wind uit het oosten komt niet echt een rustige plek. Maar deze vergeten polder heeft een stevige populatie hazen. En in sommige jaren kan je er hele velden van de (beschermde) Zwanenbloem zien. Voordat je (komend vanuit Amsterdam) bij Ouderkerk aan de Amstel bent lopen er ook nog twee aardig paadjes door de weilanden. Die paadjes brengen je van de Amstel naar het fietspad bezijden de A2.
De Zwaan werd omstreeks 1638 als binnenkruierschepradmolen gebouwd. Hij bemaalde de Klein-Duivendrechtse en Binnenbullewijkerpolder op de Amstel (de boezem van Amstelland), die samen een oppervlakte hadden van 356 ha. De molen heeft een vlucht van 25,6 meter. Op 22 juli verkregen de ingelanden van de buurt Klein-Duivendrecht en een deel van de Binnenbullewijk octrooi tot bedijking van hun voordien met Amstellands boezem gemeen liggende landen. Hierdoor ontstond er een polder die ten oosten aan de Westbijlmer- en Laanderpolder grensde die een eigen windmolen hadden. In 1879 werden de polders samengevoegd door een uitgevoerde vervening waardoor de ‘’Verenigde Westbijlmer- en Klein Duivendrechtse polder’’ ontstond.
Foto's uit 1885 tonen de molen als binnenkruier, kort hierna werd er een staart aangebracht en werd de molen een buitenkruier. In 1888 werd de onderbouw van de molen in steen utigevoerd. Er is een ingemetselde steen met de tekst: "In steen vernieuwd in den jare 1888".
Begin 1900 zijn de uitgeveende gronden drooggemaakt en de nieuw ontstane polder werd ‘’Nieuwe Bullewijk’’ genoemd. Bij statenbesluit werd deze op 21 december 1909 gereglementeerd. Als gevolg van een overeenkomst van 20 mei dat jaar, waarin werd besloten dat het resterende deel van de ‘’Verenigde Westbijlmer- en Klein Duivendrechtse polder’’ haar overtollig water onder zekere voorwaarden op de veel dieper gelegen droogmakerij mocht laten aflopen, werd de taak van de twee windmolens van deze polder begin 1910, toen de overeenkomst van kracht werd, overgenomen door het stoomgemaal van ‘’Nieuwe Bullewijk’’. De molen van de Westbijlmer- en Laanderpolder is daarna eerst gedeeltelijk en daarna geheel afgebroken. De molen van de Klein-Duivendrechtse en Binnenbullewijkerpolder is toen wel blijven staan, maar raakte ernstig in verval. In 1930 kreeg de vereniging ‘’De Hollandsche Molen’’ bemoeienis met het beheer van de molen. Hij wordt verhuurd als woning, maar de molen zelf draait niet meer. Er wordt een roede verwijderd, en ook het riet verdwijnt langzaamaan steeds meer, waardoor er aansloop gedacht werd. Nadat de laatste bewoners zijn vertrokken, schrijft de Volkskrant op 30 mei 1950 in een artikel: ‘’ Toen hielden de wieken van de oude molen stil. De wiekenzeilen werden opgerold en er was niemand meer die de kruihaspel vatte en de kap naar de wind stelde. In het hart van de molen viel de stilte van de verlatenheid’’